vind ⋅ vindt: de dt-regel bij inversie

Voorbeeld

Wat vind jij van die beslissing?

Vindt je moeder dat ook zo’n goed idee?

Toelichting

De dt-regel, sommigen krijgen er de kriebels van. Maar eigenlijk is het heel eenvoudig. Een trucje? Vervang bij twijfel het werkwoord door een waarvan de stam niet eindigt op een -d. Zo hoor je meteen of er een -t hoort te staan (bv. lopen, openen).

Bij inversie gaat de vervoeging (bv. vinden) als volgt: vind ik, vindt hij, vindt u, vindt je broer. Vervang het werkwoord vinden eens door openen en je hoort het meteen: open ik, opent hij, opent u, opent je broer.

Bij inversie met je of jij als onderwerp gaat de juiste vervoeging zo: Wat vind je leuk? Wat vind jij?

Heb je een taalvraag? Neem dan zeker contact op!

Vertaling of revisie nodig?


Stuur mij een mailtje of vul het contactformulier in en ontvang zo spoedig mogelijk een vrijblijvende offerte voor de vertaling en/of revisie van je tekst.

Contact opnemen